Boxmeer

                       

De St. Petrusbasiliek (officieel de Basiliek van Sint-Petrus en -Paulus) is een rooms-katholieke kerk in het centrum van Boxmeer en dateert uit de jaren vijftig van de 20e eeuw.

De historie van deze kerk gaat terug tot het jaar 1000. Daarmee is de kerk de oudste parochiekerk in het Land van Cuijk. De Petruskerk was toen een eenbeukig romaans zaalkerkje met toren en rechtgesloten koor. Later werd deze vervangen door een gotische kerk in baksteen, die bekend stond om zijn fraaie netgewelven. Omstreeks 1870 werd deze kerk in neogotische stijl uitgebreid.

In 1944 werd de oorspronkelijke kerk door oorlogsgeweld verwoest; de restanten ervan werden onverhoeds gesloopt in 1946. Architect van de huidige kerk was de Vughtenaar Hendrik Willem Valk. In het interieur van de kerk is nog meubilair uit de vroegere kerk te vinden en ook in de crypte zijn nog resten van de voormalige romaanse en laatgotische kerken te vinden, zoals de marmeren graftombe voor graaf Oswald II van den Bergh en zijn gemalin uit 1741, vervaardigd door Jan-Baptist Xavery.

De kerk bezit een eikenhouten oksaal (zangzolder) van Jan Werkens uit 1634. Dit in Renaissancestijl uitgevoerde oksaal is de enige die in Noord-Brabant overgebleven is. Het doorstond de oorlogsverwoestingen. Op de balustrade zijn de wapens aangebracht van graaf Albert van den Bergh en zijn echtgenote. Ook zijn op het oksaal beelden geplaatst van de heiligen: Agnes, Catharina, Lucia, Barbara, een vrouwelijke heilige met Quirinusschild, en Maria Magdalena.

Op de balustrade zijn laatgotische beelden te vinden, namelijk die van Sebastiaan, Jacobus de Meerdere, Jacobus de Mindere, en Antonius Abt. De beide Jacobsbeelden zijn van de hand van Heinrich Douvermann en stammen uit het begin van de 16e eeuw. Ook zijn er bijzondere beelden, zoals een piëta uit de 16e eeuw, een Heilige Maria met Heilige Anna uit de 16e eeuw, een beeld van de Heilige Cornelius uit de 15e eeuw en een Mariabeeldje (Onze Lieve Vrouwe ter Peer) uit de 15 eeuw. De moderne gebrandschilderde ramen zijn van Eugène Laudy, en in de Bloedkapel zijn ramen van Luc van Hoek.

In 1952 werd de kerk plechtig ingewijd door de toenmalige bisschop van 's-Hertogenbosch.

Verheffing tot basiliek

Bij gelegenheid van 600 jaar Boxmeerse Vaart is per pauselijk decreet van Joannes Paulus II de Petruskerk sinds 25 juni 2000 verheven tot Basilica Minor. Vanaf dat moment veranderde de naam in de St. Petrusbasiliek.

De titel Basilica Minor stamt uit de tweede helft van de 18e eeuw. Aan de toewijzing van de titel zijn verscheidene voorwaarden verbonden. Zo moet een kerk historische waarde hebben en moet het bouwwerk deel uitmaken van een druk bezochte bedevaartplaats. Met de Vaart waaraan mensen deelnemen tot in de verre omgeving, is aan die belangrijke voorwaarde voldaan. Verder heeft zwaar gewogen dat de heilig verklaarde Titus Brandsma in Boxmeer gewoond en gewerkt heeft.

Als eretekenen gelden het conopeum (een tentachtig scherm dat vroeger priesters moest beschutten tijdens processies), het tintinnabulum (een staf met een bel, waarmee jaren geleden de komst van de processie werd aangekondigd) en een eigen apart wapenschild dat aan de gevel van de basiliek is aangebracht. In het conopeum zijn acht wapenschilden verwerkt, waaronder het wapen van paus Joannes Paulus II, dat van het bisdom Den Bosch, dat van de gemeente Boxmeer en een speciaal wapen met onder meer een afbeelding van de kelk van het Heilig Bloed.

Het Heymericx/Verschueren-orgel

De Onze Lieve Vrouwe parochie beschikt in de St. Petrusbasiliek over een bijzonder kerkorgel. In 1959 werd door de orgelbouwer Verscheuren een nieuw mechanisch orgel opgeleverd geplaatst in de historische orgelkas gemaakt in 1677 door de Boxmeerse schrijnwerker Daniël Heymericx. Het rugpositief van dit relatief groot tweeklaviers orgel is geplaatst in een prachtig hout gesneden balustrade gemaakt door Jan Werkens uit Venray in 1634. Het geheel, orgelkas en oksaal, is een unieke regionaal en nationaal cultuurhistorisch nalatenschap die het behouden voor latere generaties waard is.     

De dispositie van het orgel:

Pedaal 30 tonen

Hoofdwerk 56 tonen

Positief 56 tonen

Subbas 16’

Prestant 8’

Bourdon 8’

Octaafbas 8’

Roerfluit 8

Gamba 8’

Gedektbas 8’

Octaaf 4’

Prestant 4’

Kwintbas 5 1/3 ‘

Speelfluit 4’

Blokfluit 4’

Prestant 4’

Kwint 2 2/3’

Nazard 2 2/3’

Bazuin 16’

Openfluit 2’

Doublette 2’

 

Octaaf 2’

Cimbel 2 st.

 

Larigot 1 1/3’

Kromhoorn 8’

 

Flageolet 1’

 

 

Mixtuur 3 st.

 

 

Cornet disc. 3 st.

 

 

Sesquialter disc. 2 st.

 

 

Trompet 8’

 

 

Klaroen 4’

 

   

Koppelingen:

Ped. + Hoofdwerk

Ped. + Positief

Hoofdwerk + Positief

Totaalaantal pijpen 1628

Het orgel is door zijn omvang en kwaliteit dus zeer de moeite waard om te behouden voor de toekomstige generaties. Het is een voorbeeld van de opleving van de naoorlogse orgelbouw in Nederland waarbij de mechanische bouwwijze en vooral de kwaliteit van het orgelbouwambacht weer helemaal op de voorgrond kwamen te staan. Anno 2020 is het orgel echter aan een grondige renovatie toe. Daarvoor is ongeveer 50.000 euro nodig. Deze investering is zeker de moeite waard om dit cultuurhistorisch monument blijvend te laten klinken.

Mocht u ons daarbij kunnen helpen neem dan gerust contact op met de parochie.

 

De Vaartprocessie

In de crypte onder de kerk vond rond 1400 het zogenaamde Bloedwonder plaats. Deze gebeurtenis maakte van Boxmeer een bedevaartplaats.

In de kerk bevindt zich een kostbare reliekschrijn van het Heilig Bloed. Sinds het begin van de 15e eeuw tot aan de dag van vandaag trekt elk jaar twee weken na Pinksteren een processie, de Vaart genaamd, door de straten van Boxmeer om het Bloedwonder te herdenken.

Deze bloedprocessie is inmiddels van grote sociaal-culturele betekenis met tienduizenden bezoekers van heinde en verre tot gevolg. De Boxmeerse Vaart is in 2012 als één van de drie eerste Nederlandse tradities opgenomen op de Nationale Inventaris(lijst) Immaterieel Cultureel Erfgoed.

De overlevering verhaalt dat een priester twijfelde aan de omzetting van brood en wijn in lichaam en bloed van Christus. Het bloed bruiste over de kelk en een druppel bleef op de corporale (witte doek) achter nadat de priester zijn fout erkende. Dit doek is bewaard gebleven en opgeborgen in de zilveren reliekschrijn en wordt in de Boxmeerse Vaart meegevoerd.

Eeuwenlang is er zeer veel over de Vaart gepubliceerd in binnen- en buitenland. Officiële documenten werden opgemaakt, rond 1582 vernietigd door een bezetter en in 1631 opnieuw geformuleerd. Meer tastbare bewijzen van brede waardering liggen vast in onder andere de oude vergulde draagkist, daterend uit 1482 en in vele oude kunstschatten zoals een gouden draagkist 1656 en fraaie 19e eeuwse processielantaarns gemaakt door Boxmeerse edelsmeden. In 2021 wordt de vaartprocessie gehouden op zondag 6 juni. Met om 10.30 uur een plechtige hoogmis in de St. Petrusbasiliek met daarna om 11.45 uur aanvang van de Boxmeerse Vaart, de Heilige Bloedprocessie.

 

 
Inschrijfformulieren
Het Parochiehuis
 van Sasse van Ysseltstraat 8
    5831 HD BOXMEER
 (0485) 57 32 77
 secretariaat
Noodnummer:
Voor een acute ziekenzalving of een uitvaart
 06-12089054