Overwegingen
19-jan-2021 |

Overweging bij de oecumenische viering op 17-1-21


Bij Johannes 15,5-9


Blijf in mij…. vele malen klinkt in de tekst die ik net voorlas dit woord: blijf… Over blijven weten we tegenwoordig wel mee te praten: we doen bijna niet anders dan thuis blijven en weg blijven. Dat is saai en dat is verdrietig, maar het heeft ook één voordeel: het leven wordt er wat langzamer door. We kunnen niet meer de hele dag rennen, al zouden we dat willen.Blijf in mij, zegt Jezus, een heel eenvoudige opdracht eigenlijk, maar wel een die ons confronteert met onze eigen onrust. Het is al zo moeilijk om bij onszelf te blijven. Om niet te vluchten in zappen en scrollen en nog even snel een klusje doen.Blijven, daar waar je bent, ook en juist met je gedachten – dat valt niet mee. Toch is dat wel heel belangrijk. In die zin, dat je leven ergens op georiënteerd is, gefocust, en je niet gewoon maar een beetje de dag door rommelt.Als ik voor mezelf mag spreken: ik heb wel die neiging. Als ik mezelf niet een beetje discipline opleg, gaat de dag om, terwijl ik van alles heb gedaan, maar niets wat ik werkelijk wilde. Als Jezus zegt: blijf in mij, dan vat ik dat ten dele op als een oproep om niet zomaar wat de dagen door te rommelen, maar je zelf telkens weer af te vragen: waar gaat het ook alweer om? En dan doe ik wél wat ik mij voorgenomen had om te doen. Door met Christus verbonden te blijven draag ik vrucht, zegt het Johannesevangelie. Zo blijf ik verbonden met wat God van mij wil, wat mijn taak is in dit leven, met waar en hoe ik van betekenis kan zijn. Want het gaat er niet om, dat ik de hele dag aan God loop te denken, maar om het gefocust zijn op wat God van mij vraagt. Blijven is dus niet iets passiefs, maar juist iets waar je jezelf toe moet zetten. Dat is hard werken, en kan soms best confronterend zijn, zeker als je niet zo goed weet hoe jij in jouw leven betekenisvol kunt zijn. Iets wat bijvoorbeeld ouderen weleens tegen mij zeggen: vroeger kon ik van alles en kon ik door alles wat ik deed ook een waardevol leven hebben. Maar wat is mijn leven nog waard als ik niet meer zo veel kan? Ook jonge mensen kunnen enorm lopen zoeken: wat moet ik doen met mijn leven? Welke richting moet ik inslaan? En zeker als dan door corona alles stil lijkt te staan, is het moeilijk om betekenis te geven aan je leven. Dan is het heel troostend wat Jezus zegt: blijf in mijn liefde, en je zult vrucht dragen. Het hoeft niet zo groots en meeslepend te zijn – wij zijn soms zo geneigd om wat wij doen klein te maken. Iedereen kan bidden voor haar/zijn naasten. Een vriendelijk woord spreken. Luisteren. Meedenken. Je hoeft geen betekenis te geven aan je leven; het krijgt betekenis. Dat is ook het mooie van de term vrucht dragen. Wij dragen vrucht, maar als ranken worden wij gedragen door de stam. We hoeven het allemaal niet alleen te doen. We zijn met God verbonden, hij draagt ons, wij worden gedragen en kunnen daarom ook elkaar dragen. Ons leven heeft betekenis, juist doordat we met God verbonden zijn. Nog even over die woorden over ranken die verbrand worden: dat klinkt enorm dreigend, maar ik denk niet dat het als een dreiging hoeft te worden opgevat. Het is gewoon de beschrijving van de realiteit die uit het beeld voortkomt: ranken die los komen van de stam, verdorren en kunnen geen vrucht meer dragen. 


 Samengevat:


Als je in Gods liefde blijft, heeft dat dus meerdere dimensies. Je leert ermee dicht bij jezelf te blijven: niet te vluchten in allerlei wissewasjes. Je leert ermee dicht bij God te blijven: je gedragen te weten. En je leert ermee dichtbij de ander te blijven, want dat is wat God van ons vraagt:  verbonden zijn met de mensen om ons heen, met de wereld waarin we leven. Laten wij dus, zo verschillend als we zijn, de verbinding met God zoeken. Het kan niet anders dan dat we daarmee ook dichter bij elkaar komen. En dan is er heel veel mogelijk aan goeds. Amen 


 


Nieuwjaarsviering van de Onze Lieve Vrouwe Parochie 2021


overweging bij het thema: Bemoediging, goede moed!


lezingen: Jesaja 55,6-9 en Marcus 1,7-11


“Mijn gedachten zijn niet jullie gedachten”, zei God in de eerste lezing tegen Jesaja. Mijn gedachten zijn niet die van jullie; jullie ideeën, voornemens, plannen, overwegingen, wensen, opvattingen, meningen, idealen, analyses, - ze zijn niet mijn gedachten…  God zei ook: “Jullie wegen zijn de mijne niet”. Dus ook de wegen die wij kiezen op onze tocht door het leven zijn niet Zijn wegen…


Ik was een beetje aan het mediteren over deze woorden van God, toen ik het evangelie van vandaag zag: Johannes de Doper die Jezus doopt. Ik was verrast dat deze evangelielezing direct na deze woorden van God kwam. Want was het niet deze Johannes die geen blad voor de mond nam, -tegenover niemand niet? De godsdienstige leiders moesten niks van hem hebben omdat hij hen ‘addergebroed’ had genoemd en tegen de mensen die naar hem kwamen luisteren zei hij: “je bent er niet als je je stipt aan de voorschriften houdt; wie twee stel kleren heeft, moet delen met iemand die niets heeft en wie te eten heeft, moet hetzelfde doen”. Dat zijn geen alledaagse gedachten. Ze klinken nogal radicaal, - ook voor die tijd. Johannes wilde de mensen laten voelen dat God anders tegen mensen en dingen aankijkt dan wij meestal doen. “Mijn gedachten zijn niet jullie gedachten…” In feite passen die woorden van God dus heel goed bij de manier van optreden van Johannes. Juist door deze radicale Johannes liet Jezus zich dopen! Toen hij in de openbaarheid trad was zijn eerste gang niet naar de tempel, niet naar de priesters en de schriftgeleerden, niet naar de gevestigde orde, maar naar Johannes de Doper en hij liet zich door hém dopen. Dat was natuurlijk niet voor niets. Zich laten dopen door Johannes betekende zich aansluiten bij de mensen die zichzelf en hun omgeving kritische vragen durfden te stellen. Jezus sloot zich vanaf het begin heel bewust aan bij de mensen die de vinger durfden te leggen op onrecht en oneerlijkheden in de menselijke verhoudingen. Maar hij deed dit toch een beetje anders dan Johannes. Hij deed het vanuit een grondhouding die Jesaja elders als heeft beschreven als: “Hij zal het geknakte riet niet breken, een smeulende kaarsenpit dooft hij niet uit”. In die geest zóngen we zojuist ook over Jezus: “verschenen is de mildheid en de trouw van onze God”. Deze Jezus die na de doop door een Stem uit de hemel “Gods geliefde zoon” werd  genoemd, was geen dwingeland, hij overschreeuwde de mensen niet. Soms was hij hard als Johannes de Doper, maar altijd vanuit een houding van bekommernis met de zwaksten. Maar van hem kun je ook wel zeggen dat zijn gedachten vaak niet onze gedachten zijn en onze wegen niet zijn wegen. Als wij volgelingen van Jezus willen zijn of worden, plaatst ons dit alles voor een belangrijke uitdaging. Wij moeten dan bereid zijn onze gedachten en ideeën, meningen en idealen kritisch tegen het licht te houden van Gods gedachten… En volgens mij is de enige weg waarlangs we dat kunnen, de weg van een regelmatige bezinning op de gedachten die God al eeuwen lang aan talloze mensen heeft geopenbaard in de heilige Schrift, in de Bijbel. Daar wordt ons een beeld gegeven van hoe God met mensen omgaat. Jezus heeft die weg-van-God-met-ons opnieuw op zijn manier verwoord en in daden omgezet. Het is aan ons om ons daar aan te spiegelen. Een heel concréte uitdaging zal het komende jaar zijn dat wij ons aandeel leveren aan de uittocht uit de verschrikkingen van corona-pandemie. Hoe dat aandeel er precies uitziet en uit zal zien, dat hangt van veel omstandigheden af. Maar er zijn toch wel enkele concrete dingen te noemen. Bij voorbeeld: op de plek waar we wonen en werken de maatregelen serieus nemen die de verspreiding van het virus moeten tegengaan. In de buurt waar we wonen oog krijgen voor de mensen die het moeilijk hebben omdat ze eenzaam zijn of angstig. Elkaar af en toe eens vragen hoe het is.. onderlinge belangstelling.. elkaar bemoedigen... dat is toch iets dat iedereen kan… Zo weet u waarschijnlijk wel veel meer dingen te noemen waarmee we echt iets kunnen beteken voor elkaar. Het is een morele plicht voor ieder van ons om te bedenken wat wij in onze eigen situatie bij kunnen dragen. Ik zei bij het begin van deze viering dat we een nieuw werkjaar ingaan als parochie. Dat is ook zo. Maar het is niet alleen een wérkjaar, een jaar van werken. Laat het ook een jaar worden van léven.. bidden.. verbondenheid scheppen.. samen vieren.. nadenken en bezinning.. zin zoeken.. woorden vinden voor onze band met God.. luisteren naar wat Hij ons te zeggen heeft..  Jezus proberen te begrijpen.. geïnteresseerd zijn in elkaars geloven.. elkaar laten voelen dat we allemaal de moeite waard zijn.. elkaar inspireren… Zo zal onze parochiegemeenschap meer zijn dan een gezellige club, waar je graag bij hoort. Laten we bidden dat het komende jaar van parochieel léven een gezegend nieuw jaar zal worden.


Pastor Ben Wolbers o. carm.


 


Overweging  Doop van de Heer - Epifanie


Alle pastores horen weleens van mensen: ‘Ik merk nooit iets van God. Als ik nou eens een teken zou krijgen, maar nee hoor, helemaal niks!’ Ja, om wat voor teken zou het dan moeten gaan? Wat zou God moeten doen om aan ons te openbaren dat Hij er is, dat Hij ons liefheeft. Deze zondag is bij uitstek de zondag waarin het allemaal om zo’n teken gaat. Zoals u waarschijnlijk wel weet is een andere naam voor dit feest van Driekoningen Epifanie. Als betekenis van dat woord Epifanie wordt in woordenboeken gegeven: ‘Een plotselinge, verwarrende openbaring’. En dan staat er ook nog heel ingewikkeld bij geschreven: ‘Een zich aan de ratio onttrekkende, plotselinge, kortdurende, diep inwerkende ervaring waarin een zintuiglijk waarneembaar element in de gewone, alledaagse werkelijkheid een niet binnen een gangbaar kader te plaatsen reactie oproept bij wie het ondergaat.’ Hoe lang kun je een zin niet maken…Het zijn veel woorden die eigenlijk erop neerkomen dat er iets ingrijpends gebeurt in onze gewone wereld dat niet wordt gesnapt en mensen in de war brengt. Het valt buiten het gewone. Dat is zeker aan de hand met wat wij zojuist in het evangelieverhaal hebben gehoord. Het is niet gewoon, die geboorte van de Koning van de Joden. En dat zou het in onze dagen nog steeds zijn. U heeft vast en zeker ook wel eens gezien, op televisie bijvoorbeeld, dat als de president van Amerika ergens verschijnt er muziek klinkt. Het is nogal pompeuze muziek, het heeft de naam ‘Hail to the chief’. Heil aan de leider, betekent dat. Het wordt meestal gespeeld door het koper van een militaire band, met een flinke dreun. Muziek om indruk te maken, om iedereen te laten weten: Kijk, hier komt de leider van de wereld. Het is een oud gebruik, ook koningen lieten zich vroeger door trompetgeschal aankondigen. Het gaat bij al dit soort gebruiken om het laten zien van macht en kracht. Indruk maken, daar gaat het om. Dat is niet voor niets, want wij mensen zijn daar nu eenmaal gevoelig voor. Denk maar eens aan de speciale cursussen voor sollicitanten om te leren hoe je jezelf zo goed mogelijk kunt presenteren. Want, je kunt nog zoveel opleiding hebben genoten, ervaring hebben en de aardigste mens van de wereld zijn: als je het niet kunt presenteren, dan kom je meestal niet erg ver. Daarom is het eigenlijk een Godswonder dat het christendom een  wereldgodsdienst is geworden want het zet eigenlijk de hele wereld op z’n kop. Want de koning van de Joden die de magiërs zoeken, is niet in de prachtige paleizen van de koning. Daar zoeken de magiërs Hem natuurlijk. Ergens in een gouden wiegje, in het centrum van de macht. Maar bij zijn geboorte is er geen kanongebulder, geen schallende trompetten. Die zijn in Jeruzalem waar de paleizen van de koning zijn, waar de tempel is, het imposante bouwwerk waarmee Herodes indruk wilde maken op jood en niet-jood. Nee, de magiërs zoeken hem tevergeefs waar macht en kracht wordt getoond. Waar Herodes zo vreselijk van schrikt en hij heel erg bang voor is, wordt dan in een paar woorden gezegd: ‘Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria’. Meer is het niet. Zó wordt de zoon van God geopenbaard aan de wereld. In de eerste lezing hoorden we: ‘Over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen. Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad’. Op grond van deze verzen werden de magiërs in de traditie tot koningen, en kregen ze later in afbeeldingen verschillende huidskleuren en verschillende leeftijden. Want zij werden tot symbool van de hele wereldbevolking die Gods grootheid in het heel kleine en gewone mocht ontvangen. Het was alsof God het kleine en kwetsbare bekrachtigde. Ja, zo is het goed. Zoals Hij van zijn schepping zag dat het goed was zoals het was. Een pasgeboren kind met zijn moeder. Meer was het niet, toen God in zijn wereld kwam. De magiërs lieten zich bekeren. Zij gingen niet meer naar de macht van Herodes terug. Zij wisten vanaf toen dat zij het niet moesten zoeken bij tempels en paleizen. Niet bij trompetgeschal. Hun waren de ogen geopend voor Gods grootheid: Een kind met zijn moeder…


Bidden wij God, dat ook onze ogen open zijn als Hij wil verschijnen waar wij Hem niet verwachten. Amen


Zuster Susan van Driel o.carm


 


Overweging op Nieuwjaarsdag 2021 bij hoofdstuk 6,22-27 uit het boek Numeri


Vanmorgen wil ik graag uw aandacht vestigen op de prachtige zegenbede die we hoorden in de eerste lezing, de lezing uit het boek Numeri. Ooit, toen ik nog ziekenhuispastor was, vroeg een mevrouw mij toen ze het sacrament van de zieken ging ontvangen: “Als u mij straks zegent, wilt u dat dan niet met de gewone zegen doen, maar met die lange, u weet vast wel welke ik bedoel…” Na enig heen en weer gepraat wist ik dat ze de zegenbede bedoelde, die u zojuist gehoord hebt.  Uit het boek Numeri.


“Moge de Heer u zegenen en behoeden en beschermen,


moge de Heer het licht van Zijn gelaat over u doen schijnen,


moge de Heer u Zijn gelaat toewenden en u vrede geven….”


Ik vind deze zegen mooi passen bij deze eerste dag van het nieuwe jaar.De eerste zegenbede vraagt: “Moge de Heer u met zijn zegen behoeden en beschermen.” In deze bede klinkt het besef dat wij maar kleine en kwetsbare mensen zijn. Hoeveel mensen zullen dat gebed om bescherming vaak niet nog veel intenser bidden dan wij, omdat ze vluchteling zijn of noodgedwongen aan de rand van onze samenleving leven of er om andere redenen niet echt bij horen… of omdat zij of hun dierbaren getroffen zijn door het coronavirus… de hele Schrift door kunnen we lezen dat God er juist wil zijn voor mensen aan de rand, de kleinen en de kwetsbaren… “voor kleine mensen is Hij bereikbaar”. “Moge de Heer ons zegenen en ons behoeden en beschermen…”Dan gaat de zegenbede uit Numeri verder: “Moge de Heer het licht van Zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn.” Dit stukje van de zegenbede vraagt, dat God voor ons op onze levensweg een licht zal zijn … dat Hij ons als het ware zal bijlichten als we moeten oppassen om niet te struikelen… Deze bede doet denken aan psalm 119 die bidt dat de Heer een lamp zal zijn voor onze voeten… Vaak is het niet eenvoudig om onze weg te vinden in de soms chaotische maatschappij van nu waarin we soms voor allerlei ingewikkelde keuzes komen te staan… Dan is het een zegen als God ons mensen laat ontmoeten die goede raad kunnen geven of die ons de ruimte geven om te vertellen waar we mee zitten… “Moge de Heer ons zegenen met het licht van Zijn gelaat en onze levensweg verlichten…”En dan tenslotte: “Moge de Heer u Zijn gelaat toewenden en u vrede geven.” Dat God ons Zijn gelaat toe mag wenden… dat wij mogen voelen dat Hij met liefde naar ons kijkt… Volgens mij mogen we hier denken aan de ervaring van Jezus bij zijn doop in de Jordaan: toen Jezus mocht ervaren dat hij in de ogen van God Zijn Veelgeliefde zoon was… Die ervaring is allesbepalend geweest in Jezus’ leven en heeft hem een grote innerlijke kracht gegeven. Ik denk dat de meesten van ons iets dergelijks wel eens hebben ervaren, bij voorbeeld op je huwelijksdag, toen je elkaar aankeek en elkaar trouw beloofde en wist dat je echt van elkaar hield … Of toen je bezig was met de vraag wat je wilde worden en je je geleidelijk aan of plotseling geroepen wist tot een leven in dienst van God… Voor mij zijn dát de momenten waarop je kunt ervaren dat God zich tot jou persoonlijk wendt en dat Hij je zegent… 


Een drievoudige zegen dus.


Moge God je behoeden en beschermen,


moge Hij het licht van Zijn gelaat laten schijnen in jouw leven, 


moge Hij jou Zijn gelaat toewenden en je vrede geven.


Vroeger zeiden we, als we elkaar een gelukkig nieuw jaar wilden wensen: “gezegend nieuwjaar”. Dat “gezegend nieuwjaar” zou ik vandaag een nieuwe klank willen geven. Het Latijnse woord voor zegenen is ‘bene dicere’. Dat betekent letterlijk: “iets goeds zeggen”. Iemand zegenen betekent “iemand iets goeds toezeggen, toe wensen”. Wanneer ik u vanmorgen een gezegend nieuwjaar toewens, laat dat dan mogen betekenen dat God ons in het komende jaar zegenen zal met Zijn drievoudige zegen. 


Moge het nieuwe jaar voor u allen – met Gods hulp – een zegenrijk jaar  worden.


Ben Wolbers, pastor-teamleider


 


 Overweging nachtmis 2020


Nog meer dan andere jaren leven wij op het ogenblik in ‘de donkere dagen van Kerstmis’. Toen vorige week de grote lockdown werd afgekondigd, stond sommige mensen het huilen nader dan het lachen. Wij hadden gehoopt op versoepelingen tijdens deze dagen, maar we werden geconfronteerd met  maatregelen die voor velen persoonlijk én vaak ook zakelijk heel ingrijpend zijn. Veel werk ligt gedwongen stil, het merendeel van de winkels mag niet open, we mogen tijdens deze kerstdagen maar 3 mensen op bezoek ontvangen, terwijl we misschien gerekend hadden op gezellige dagen samen met de familie, kinderen en kleinkinderen. ‘Wat blijft er nog over van Kerstmis vieren?’ hoorde ik sommigen vragen.


Ik wil zou het toch niet bij deze sombere vraag willen laten. Zouden we ook niet kunnen proberen alles wat er momenteel gebeurt te zien als een káns, een kans om een beetje dichterbij het wezenlijke van Kerstmis te komen? Nu er geen nachtmissen kunnen zijn en de feestelijke gezangen van onze koren en de sfeervolle klanken van de Boxmeerse Harmonie deze avond niet kunnen klinken, mogen we misschien toch wat meer nadruk leggen op Kerstmis zelf: op het geboorte van Jezus en op de betekenis ervan. Jezus werd geboren in zeer armoedige omstandigheden. En dat is niet zonder betekenis. Een klein kwetsbaar kind in een donkere, stoffige stal bij Bethlehem, maar dát kind noemen we wel: Emmanuel, dat betekent God-wil-met-ons-zijn. God laat zich zien in nederigheid en armoede. Hij komt onder ons als een vluchtelingenkind dat er niet zijn mag. Er is voor hem geen plaats, zelfs niet in een herberg. De geboorte van Jezus, Emmanuel, God-met-ons, was daarom geen lieflijk romantisch gebeuren. De stal van Bethlehem zou nu een tent zijn op Lesbos of in Soedan, een kartonnen doos in Londen of Amsterdam, een stapelbed bij het Leger des Heils. Het wezenlijke van wat wij vannacht vieren, is dat God bij ons mensen wil zijn, en dat Hij daarbij speciaal kiest voor mensen die leven in haveloze omstandigheden en die bijna niets hebben. God wil zich bij uitstek dáár laten vinden, Hij wil dat wij Hem dáár komen bezoeken en dat wij Hem dáár komen bewonderen. En bij monde van Jezus vraagt Hij toen en nu: ‘Mens, wie ben jij?’ ‘Mens, door wie of wat laat jij je raken? Wat doet jou deze armoede?  Wat doet jou de angst en het verdriet van de mensen die getroffen worden door corona of die naasten verliezen door dit vreselijke virus? Wat doet het jou, als die man of die vrouw verderop in de straat jou laat merken dat zij of hij zich eenzaam voelt?’ Misschien vindt u dit lastige vragen. Ik vind dat ook. Maar volgens mij verwoorden deze vragen heel concreet wat God ons vraagt door dat kleine kind van Betlehem. En... het zijn toch ook de vragen die bij ons geloof horen?  We horen ze bijna elke zondag. ‘Waar komen wij God tegen in onze eigen omgeving? Wie heeft onze steun en hulp nodig? Voor wie kunnen wij levensnabije mensen zijn?’


Naast de maatregelen die de regering aan ons gegeven heeft, krijgen we deze dagen ook regelmatig een aantal mooie leefregels mee. Wonderlijk genoeg liggen die in het verlengde van de boodschap die Jezus  uitdroeg toen hij groot geworden was. ‘Let op elkaar. Wees goed voor elkaar. Zie naar elkaar om. Laat elkaar niet alleen’. Dit zijn raadgevingen waar onze soms verkilde maatschappij grote behoefte aan heeft.


Misschien kunnen we in de stille uren van deze kerstdagen eens nadenken over de vraag: ‘als God méns voor ons wil worden, hoe kan ik dan een méns naar Zijn hart,  voor wie kan ik dan in deze dagen een echte medemens worden? Het is een vraag die ons kan brengen bij de kern van wat we deze dagen vieren.


In die geest wens ik u dan ook, mede namens zuster Susan van Driel, een Zalig Kerstmis en een Gezegend Nieuwjaar.


Ben Wolbers, pastor-teamleider


Overweging dagmis kerstmis 2020


“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God en het Woord is mens geworden…”


Eén van de meest wezenlijke ervaringen in het leven van ons allemaal is dat wij méns worden, omdat wij aangesproken worden. Je kunt geen mens worden als er niet iemand is die je aanspreekt als er niet iemand is die je als het ware vraagt – hoe klein je ook nog bent –: ‘Wie ben je? Wie wil je worden? Wie wil je zijn?’ En die jou in de ogen kijkt en tegen jou zegt: ‘Jij mag er zijn! Je bent welkom bij ons, van harte welkom!’ Mens worden houdt altijd in, dat er een ander is, die je aanspreekt of uitnodigt of uitlokt… Onze ouders hebben dat gedaan, onze broertjes en zusjes deden het en doen het… onze medezusters en medebroeders, onze vrienden en vriendinnen, - al die talloze mensen die wij in ons leven ontmoeten… Zij nodigen ons uit, met of zonder woorden, om méns te worden, een goede mens…


Vandaag vieren we dat we niet alleen door ménsen aangesproken worden, maar ook door Gód… Vandaag vieren we dat er in het leven van iedere mens afzonderlijk én in het leven van onze wereld een heel bijzonder Woord geklonken heeft en nog steeds klinkt, - een Woord dat van God gekomen is en dat méns geworden is. 


“In het begin was het Woord, het Woord was bij God… en het Woord was God. (-) En het Woord is mens geworden…” Dat Woord is mens geworden in een klein en kwetsbaar kind, in Jezus Christus, van wie wij vannacht de geboorte hebben gevierd. Door hem sprak én spreekt God ons aan, door hem nodigt Hij ieder van ons uit om méns te worden… Dat kleine kind Jezus is daardoor van baanbrekende betekenis geworden in het leven van heel veel mensen, ja.. zelfs voor de hele wereld. Zijn leven is samen te vatten in één enkel Woord: Liefde. En eigenlijk bracht hij maar één boodschap: dat God intens verlangt dat wij die Liefde laten doorwerken tot in ons hart en tot in de uiterste uitlopers van ons gedrag én dat wij die Liefde doorgeven aan elkaar...


Tegenover dit vurige verlangen van God plaatst het evangelie van Johannes vandaag op een ontnuchterende wijze de werkelijkheid van de mens. Johannes noemt dat de ‘duisternis’.. “Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan”. Dat is iets dat we eigenlijk liever niet horen. Zeker niet op Kerstmis.


We zijn al gauw tevreden als er in de oorlogsgebieden met een kerstmis een staakt-het-vuren is, een kerstbestand… terwijl we goed weten dat de realiteit de dag na kerst weer helemaal anders is. God is mens geworden in een wereld die ook toen al volop de egoïstische kant van de mensen kende, - en de gevolgen daarvan: honger, ongelijkheid, discriminatie, eigen volk eerst, geweld, terreur, angst… “Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan”. Dat kán als een verwijt klinken, maar.. wij kunnen er ook een uitnodiging in zien voor onszelf: om wél aandacht te besteden aan dit goddelijk kind in de kribbe, om die man die er uit dat kind gegroeid is, wél op te nemen en een plaats te geven in ons leven. En misschien dat we dan samen met God en met Jezus ieder op onze eigen manier en op onze eigen plaats een licht kunnen worden dat schijnt voor de mensen die in uitzichtloze situaties verkeren, - die op de vlucht zijn of geen dak boven het hoofd hebben, die arm zijn of slachtoffer van geweld en terreur… 


“In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord wás God”. Dat Woord spreekt ons telkens weer aan, soms zacht en bijna onhoorbaar, als een stille stem in ons hart, soms hard en dwingend. Profeten weten daarvan mee te praten.


“Het Woord is mens geworden,


God is mens geworden en Hij heeft onder ons gewoond…”


Hij vraagt ons om in ónze tijd en in ónze manier van leven en in onze soms duistere werkelijkheid ménsen te zijn zoals hij.


Moge zo ons kerstfeest voor zoveel mogelijk mensen een zalig kerstmis worden. Dat wens ik u van harte toe, mede namens zuster Susan van Driel.


Ben Wolbers, pastor-teamleider


 


Overweging 26 december


Jaren geleden was ik in Israël en ons reisgezelschap bezocht ook Bethlehem.Als je in de geboortekerk een wenteltrap afgaat kom je op de plaats waar volgens de overlevering de geboorte van Jezus plaatsvond. Je kunt nog zien dat het een grot is geweest, hoewel al heel lang geleden de wanden prachtig zijn bekleed met marmer.Er is in die ruimte ook een lage nis. In die nis geeft een zilver en gouden ster de plaats aan waar Jezus volgens de traditie is geboren. Als je die plaats wilt aanraken - veel mensen willen dat - moet je door je knieën, anders kun je er niet bij. Ik vond het wonderlijk en opvallend dat bijna iedereen dat deed, die diepe buiging om die plaats aan te raken, om die plaats te kussen. Ook de zo nuchtere Nederlanders in ons gezelschap deden dat. En tot mijn eigen verbazing deed ik het ook. Later vroeg ik mijzelf af: Wat gebeurde er toch, daar diep onder de grond? Waardoor zijn al die mensen, en ik ook, toch zó ontroerd? Want op zichzelf lijkt het allemaal niet zo geweldig te zijn: een man en een vrouw die nergens welkom zijn en dan een geboorte waarbij het kind in een voerbak wordt gelegd. Hoe armoedig kun je het hebben? Maar misschien is dat het antwoord. Misschien herkennen wij er iets van onze eigen armoede in; de armoede van ons eigen bestaan. Want of wij nu rijk of arm zijn: wij leven een bestaan dat gekenmerkt wordt door broze eindigheid. Zeker in deze tijd van het corona virus zijn we daar heel nadrukkelijk mee geconfronteerd. Er is bij ons mensen niet veel voor nodig. Een virus dat onder een gewone microscoop niet eens is te zien en de hele wereld leeft onder bestaansdreiging. Ja, ons leven is broos, kwetsbaar en eindig. Het wonderlijke verhaal dat met kerstmis centraal staat, vertelt dat God in precies dat bestaan is gekomen. Hij heeft ons bestaan aangenomen, met alles erop en eraan. Het is een wonder dat mensen ook niet zomaar accepteren. In het begin van onze jaartelling zijn er groepen mensen geweest die te vuur en te zwaard absoluut niet accepteerden wat wij ieder jaar weer vieren: God werd mens. Niet een beetje mens, nee, helemaal mens. In de verhalen van de antieke wereld had je wel halfgoden, mensen die waren geboren uit de relatie van een god en een mens. Sterke, bijna onkwetsbare helden. Maar de christelijke boodschap was een andere: God is mens geworden, helemaal mens geworden. Hij kwam in onze moeizame wereld en nam ons bestaan aan, zoals het is. Op sommige iconen wordt dat heel mooi uitgebeeld. Zo is er de icoon van Maria van altijddurende bijstand. Die icoon beeldt de kleine Jezus af op de arm van zijn moeder en wel op het moment dat zijn schoentje uitvalt. Het schoentje van het kind is uitgevallen, omdat het kind vreselijk is geschrokken; het kind kijkt namelijk omhoog en ziet daar een engel en die engel houdt al het kruis in zijn hand. Er zijn tijden in onze christelijke geschiedenis geweest dat wij ons God hoogverheven hebben gedacht. We hadden God hoog en ver weggeduwd, die tijd hebben wij misschien zelf ook meegemaakt. Wat het kerstverhaal echter door de eeuwen heen aan alle gelovigen vraagt, is om die enorme geloofssprong te wagen. Het vraagt om God, die woont in ‘ontoegankelijk licht’, en die ‘niemand ooit heeft gezien’, midden in onze kleinheid te denken. Hij kwam in de gestalte van een weerloos kind, waarvoor in de mensenwereld zelfs geen plaats is. Dat aanvaarden en laten gebeuren, dat is Kerstmis vieren. Dat feest luidt voor Hem het begin in van een lange weg; een weg van succes én van mislukking. Een weg dus die wij eigenlijk allemaal gaan. Zijn weg eindigde op Golgotha, daar is Hij dan voor alles en iedereen een aanstoot. Stefanus, waarover wij hoorden in de eerste lezing, zag de glorie van de hemel open. Maar hij werd wel gestenigd. Jezus en Stefanus werden beiden verworpen door mensen Hemel en aarde raken elkaar met kersfeest. Dat gaat dus niet buiten ons om. Het kerstfeest laat ook zien wie wij zelf zijn want God vindt het dus de moeite waard om mens te worden. Mens, zoals wij. Daarmee is ons mensenbestaan iets geworden dat behalve broos en eindig ook groots is. Ja, op grond daarvan durfde Titus Brandsma mensen zelfs ‘Goddragers’ te noemen. Dat kind in de kribbe heeft ons laten zien hoe dat eruit kan zien. Stefanus is Hem daarin gevolgd tot het uiterste. Ook wij mogen geloven dat ons soms armoedige bestaan ons naar het licht leidt. Hij heeft zelf de weg voor ons gebaand.


Amen


Zr. Susan van Driel o.carm.


 


Overweging 27 december


Jezus ‘was aan hen onderdanig’, staat in de evangelietekst die wij zojuist hebben gehoord. In andere vertalingen staat ook wel geschreven: ‘Hij was hen gehoorzaam. In nieuwere vertalingen staat nu dat Jezus zich ‘naar hen schikte’. Dat is veranderd, want onderdanigheid en gehoorzaamheid hebben op de een of andere manier een negatieve betekenis gekregen. ‘Onderdanigheid’ gebruiken we helemaal niet meer, behalve in een heel negatieve betekenis. In onze dagen heeft het een kruiperige lading gekregen. Het doet denken aan slaafsheid. Maar zelfs met dat woord ‘gehoorzaamheid’ hebben we het moeilijk gekregen. Maar wat is gehoorzaamheid ten diepste? In dat woord zit een ander woord: horen, luisteren. Gehoorzaamheid betekent eigenlijk luisterbereidheid. Het betekent niet zonder meer doen wat je wordt gezegd, maar wel luisteren naar wat mensen je te zeggen hebben en dan misschien ook vragen waaróm ze het zeggen. Op die manier is gehoorzaamheid de opmaat naar een dialoog. Zo zeggen ouders tegen hun kinderen misschien: 'Jij moet naar de kerk' . Een kind vraagt dan: 'Waarom moet ik eigenlijk naar de kerk?' Een tijd geleden sprak ik een moeder. Ze zei: 'Ik weet niet wat ik nog voor mijn zoon kan doen. Naar de kerk gaat hij allang niet meer. Hij gelooft aan God noch gebod. Je weet niet hoeveel ik daaronder lijd. Wat moet ik doen? Ja, moet ze die jongen wegsturen? Toen haar zoon nog jong was zei ze wel tegen hem: 'Je moet naar de kerk omdat ik het wil'. Maar dat haalt uiteindelijk niet zo veel uit, dat is de manier van 'Befehl ist Befehl'. Zodra haar zoon het huis uit was, ging hij nooit meer. Je kunt als ouder ook zeggen: 'Je wordt er nooit slechter van'. Dat is al wat beter, maar het klinkt ook een beetje onverschillig. Een vader of moeder zou ook kunnen zeggen: 'Omdat ik denk dat jij er een beter mens van wordt'. Dat verandert de zaak en er kan een wederzijds echt gesprek op gang komen waarin ook de ouders gehoorzaam zijn naar hun kinderen, waarin ze dus bereid zijn om te luisteren naar wat hun kinderen te zeggen hebben. Wij hebben in het verleden meestal één kant van de gehoorzaamheid gezien, de kant van de kinderen. Die moesten zonder meer doen wat er van ze gevraagd werd. En er was de andere kant die het voor het zeggen had, ouders dus, maar ook de leraar op school, de pastoor en bisschop in de kerk. Daar werd hoog tegen opgekeken. Maar het effect van die verering was vaak kadaverdiscipline, Ja, ‘Befehl ist Befehl’, en wij weten allemaal waartoe dat heeft geleid. ‘Befehl ist Befehl’ werd wel in een paar jaar tijd: ‘Wir haben es nicht gewusst’. Misschien is het daarom dat wij, ruim 70 jaar na de tweede wereldoorlog, moeite hebben met dat begrip ‘gehoorzaamheid’. We hebben er immers heel slechte ervaringen mee. Echte gehoorzaamheid, in de zin van luisterbereidheid komt altijd van twee kanten. Ook Jozef en Maria moesten dit leren. Misschien nog niet, toen Jezus 12 jaar oud was. Maar toen al moeten zijn ouders hebben gedacht ‘Het is toch een bijzonder kind’. Het liet Maria allemaal niet los, ze bewaarde het in haar hart. Maar toen dat kind Jezus ouder werd en Hij zich niet hield aan de opvattingen van zijn joodse opvoeding: de sabbatrust, de omgang met niet-joden, de omgang met melaatsen, de omgang met wie als  zondaar werd gezien. Toen Hij zelfs lijnrecht inging tegen de leiders van zijn godsdienst, toen hebben zijn ouders moeten leren dat hun zoon echt anders was. Dat is vast niet altijd makkelijk geweest. Ze zullen zeker hebben gevraagd: waarom doe je alles anders dan wij je hebben geleerd. Zijn antwoord hebben we in de evangelielezing beluisterd: ‘Ik moet bij mijn Vader zijn’. Jezus kon niet anders dan in de liefde en goedheid van zijn Vader zijn. Al moest Hij daarvoor tegen alles en iedereen ingaan. Daarin werd Hij, staat er in onze Schrift, ‘gehoorzaam tot in de dood’. Toch wordt van Maria gezegd dat zij een plaats had bij de leerlingen. Om leerling te zijn moet je kunnen luisteren naar wat iemand je te vertellen heeft. Maria leerde steeds meer haar kind te vertrouwen. Ze leerde hem zo te vertrouwen dat ze tegen mensen kon zeggen: ‘Doe wat Hij u zeggen zal’. Ze kreeg steeds meer geloof in de woorden waarmee Hij vertelde over de liefde van God voor alle mensen. Liefde voor álle mensen, ook als het de mensen zijn die andere wegen gaan dan die wij hebben geleerd. Laten we gehoorzaam blijven en naar elkaar blijven luisteren. Misschien hebben we elkaar iets te vertellen. Dat die familie in Nazareth zo ons voorbeeld zal zijn.


Amen


Zr. Susan van Driel o. carm.






 

Archief
 
Inschrijfformulieren
Het Parochiehuis
 van Sasse van Ysseltstraat 8
    5831 HD BOXMEER
 (0485) 57 32 77
 secretariaat
Noodnummer:
Voor een acute ziekenzalving of een uitvaart
 06-12089054